Djoelia ontdekte dat haar studie Europees recht geen goede keuze was en wilde als vrijwilliger in het buitenland toch iets bijzonders maken van dat studiejaar. De culturele ervaring vond ze daarbij erg belangrijk en ze koos voor AFS. “Ik had nog nooit alleen gereisd en geen ervaring als vrijwilliger in het buitenland. Mijn ouders stonden achter me en als zij het geen goed idee hadden gevonden, had ik het niet gedaan.”
Haar eerste indruk van Oeganda, was niet ideaal: “In Kampala vond ik het vooral erg warm, vies en heel erg druk. Toen ik de stad uitreed, zag ik pas hoe mooi groen Oeganda is. Dat had ik niet verwacht, bij Afrika dacht ik eerder aan droge savannes.” Haar aankomst bij het project vond ze ook heel bijzonder. “Daar werd ik ongelofelijk hartelijk ontvangen. Het was alsof die mensen mij al kenden en me na een lange tijd weer terugzagen.” Heimwee en de grote verschillen in hygiëne maakten het haar in het begin moeilijk. “De latrine deelde ik met driehonderd kinderen, maar ik heb mijn eigen standaard losgelaten en me aangepast. Na die eerste twee weken vond ik het al niet meer raar om geen douche en wc te hebben.”
Haar gastmoeder Stellah was lerares op Bright Futury Primay School, de basisschool waar Djoelia als vrijwilliger aan de slag ging. “Zij is ontzettend goed voor me geweest, ze heeft me met alles geholpen en zelfs mijn kleren met de hand gewassen. We hebben twee maanden lang bijna alles met elkaar gedeeld en we houden contact.”
Haar taak op de school bleek anders dan verwacht: “Vanwege het super volle schema van half acht ’s morgens tot negen uur ’s avonds was er helemaal geen tijd voor de dramalessen die ik zou geven. Daarom heb ik de leraar Engels geholpen, ik heb zelf lesmateriaal gemaakt en leeslessen gegeven aan drie klassen. Verder heb ik de secretaresses geholpen met allerlei klusjes. Ik heb vooral heel veel plezier gehad met de kinderen en dat vind ik toch het belangrijkste.”
Nu is Djoelia uit Oeganda, maar Oeganda is nog lang niet uit Djoelia. “Ik heb het gevoel alsof Oeganda nog heel erg dichtbij is, alsof ik zo in de trein kan stappen en weer naar mijn kindertjes op de school kan gaan. De mensen en kinderen daar mis ik en als ik ooit de kans krijg, ga ik zeker nog een keer terug. De mensen daar hebben mij opgenomen in hun leven en me van alles laten zien en meemaken.” Na thuiskomst viel het niet mee om zich aan Nederland aan te passen: “Ik vind de mensen minder sociaal en alles is zo duur. Mijn tijd in Oeganda heeft me erg veranderd. Nu ben ik zelfstandiger en veel bewuster en toleranter. Nu besef ik pas goed in wat voor luxe ik leef, terwijl ik ook prima zonder kan. Ik zou het iedereen aanraden om vrijwilligerswerk te gaan doen in een land in ontwikkeling, dat opent je ogen en het kan je leven verrijken.”